| Voeding |
|
|
Om over voeding van paarden te kunnen praten, moeten we eerst weten wat hun natuurlijk eetgedrag is.
Paarden in de Camarque eten 75% van de dag en 50% van de nacht. Paarden zijn voornamelijk graseters (80-95%). Als het gras in de winter van mindere kwaliteit is, wordt overgeschakeld naar takken en knoppen van bomen en struiken (5% in de zomer en 10% in de winter). In de winter daalt het ruwe eiwit gehalte van het dieet dan ook naar 4%. In de zomer kan het wel 16% bedragen. In Californie en Nevada bestaat het grasmenu voornamelijk uit kweekgras, veldbeemd en dravik. Wilde ponies in kustgebieden eten voornamelijk slijkgras. Tamme paarden eten graag raaigras, timothee, vlinderbloemigen, witte klaver en paardebloem. Granen zijn gecultiveerde grassen. De granenmengsels bestaan uit de rijpe zaden van deze grassen.
Het is duidelijk dat paarden zoetekauwen zijn. Vaak wordt hiervoor melasse gebruikt. Het gevaar hiervan is dat ingredienten van mindere kwaliteit op deze manier gemaskeerd kunnen worden. Dit geldt met name voor brok. Men is in staat geweest herkauwers op deze manier dierlijk afval te laten eten.
Het nadeel van het bewerken (pletten, verhitten, expanderen etc.) van grondstoffen is
dat van nature voorkomende en noodzakelijke voedingsstoffen
(enzymen, mineralen, aminozuren, vitaminen) voor een groot deel vernietigd of
ongeschikt worden als fijnstoffelijk voedingsbestanddeel.
Wat niet onschadelijk gemaakt wordt door verhitting zijn mycotoxines.
Dit zijn gifstoffen geproduceerd door schimmels.
Bij onverklaarbare gezondheidsproblemen het voer altijd laten onderzoeken op
mycotoxines. Een mengsel zonder melasse is Subli Semit Als ruwvoer kunt u gebruiken: hooi van onbesproken kwaliteit (geen runderhooi, geen kuil, geen mais etc.)
Belangrijk is dat er geen Jacobskruiskruid in voorkomt. Deze plant, die van nature door paarden gemeden wordt, is wel gevaarlijk in ruwvoer, omdat bepaalde signaalstoffen ontbreken. Vraag hier expliciet naar.
Verder is van belang: kruidenrijkdom, wel of geen kunstmest, drijfmest of
chemicalien, voldoende lange veldperiode (in de aar geschoten) en een voldoende droog zijn. Het moet beslist stof
en schimmelvrij zijn.
Ook uw weide moet qua botanische samenstelling zo gevarieerd mogelijk zijn.
En zorg altijd voor iets te knabbelen. Een paard heeft geen galblaas en heeft daardoor een voortdurende stroom voeding nodig om geen buikpijn te krijgen.
Wat voor een koe de pens is, is voor het paard de blinde - en dikke darm.
In deze darmdelen vindt een unieke samenwerking plaats tussen zoogdier en micro-organismen.
De micro-organismen breken voedingsbestanddelen af en maken daarmee essentiele stoffen zoals o.a.
vitaminen (m.n. B en K vitaminen) en vluchtige vetzuren. Zonder een goede microbiele activiteit
van deze darmdelen kan een paard niet gezond zijn. Het is essentieel voor een goede basisweerstand
dat een paard goed verteert wat hij eet.
|
|